De Eerste Kamer heeft nog vraagtekens bij digitalisering Omgevingswet

De Eerste Kamer stelde dinsdag in meerderheid dat de Omgevingswet niet klaar is voor de praktijk. Groot vraagteken blijft of de digitalisering werkt. Dit tot frustratie van verantwoordelijk minister De Jonge.

De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kon de zorgen bij de Eerste Kamer over de Omgevingswet tijdens het overleg op dinsdag 21 juni niet wegnemen.

De senaat zal vermoedelijk pas in oktober of november een besluit over de inwerkingtreding van de Omgevingswet nemen. De ingangsdatum van 1 januari 2023 is daarmee echter nog niet van de baan.

De Eerste Kamer had nog veel vragen aan De Jonge. Senatoren horen uit de praktijk dat veel gemeenten nog niet eens in staat zijn om een vergunningsplan te maken in de nieuwe systemen. De vrees is dat zij in een spreekwoordelijk moeras terechtkomen, als de wet nu groen licht krijgt.

De intimidaties vanuit het ministerie van BZK en de DSO-organisatie om critici de mond te snoeren, vindt de Eerste Kamer bovendien onacceptabel. De minister wil werk maken van dit ‘onheus gedrag’ van zijn ambtenaren, en zegt toe alle signalen die op intimidaties wijzen, te zullen onderzoeken.

DSO

Het belangrijkste voor de Eerste Kamer is echter de stabiliteit van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, het DSO. Er zijn veel problemen met het publiceren van omgevingsplannen.

Op 17 juni verscheen er een tussenrapportage van Deloitte-adviseurs naar het DSO, in opdracht van De Jonge. Maar dit beperkte onderzoek velt geen oordeel over de stabiliteit en de werking van het DSO.

De senatoren willen wachten op een nieuw advies van het Adviescollege ICT-toetsing. Dat wordt in oktober verwacht. Het adviescollege zelf blijft erbij dat nieuw onderzoek op dit moment niet zinvol is.

In februari concludeerde het Adviescollege dat het Rijk en medeoverheden strakker moeten sturen om de technische mankementen van het DSO op te lossen. Aan de genoemde eis van een ‘integrale kritieke tijdpadplanning’ met duidelijke mijlpalen en beslismomenten is nog niet voldaan, constateert het Deloitte-rapport.

De Jonge wijst erop dat het slechts om een tussenrapportage gaat, eind juli verschijnt het definitieve rapport van Deloitte. De minister stelt dat hij kritiek heeft ondervangen met de Hoofdroute 2022.

‘Op tijd’ gereed

Volgens De Jonge is de landelijke voorziening van het DSO op tijd gereed. Sinds eind april is er niet meer aan de DSO-software gesleuteld en is de fase van ‘indringend ketentesten’ gestart. Ook na de inwerkingtreding van de wet zullen slechts beperkt wijzigingen in de software plaatsvinden, om overheden en leveranciers tijd voor het verhelpen van kinderziektes te geven, aldus de minister. Wel zegde hij een nieuwe voortgangsrapportage toe.

Bovendien veronderstelt De Jonge dat gemeenten die hun software straks niet op het vereiste niveau hebben, niet in de problemen zullen komen. De minister belooft maatregelen zodat zij langer met hun huidige systemen kunnen blijven werken.

De ‘planketen’ uit het DSO halen vindt De Jonge geen verstandige optie, omdat de nieuwe plandocumenten een kernonderdeel van de wet zijn. Ook zou dat tegen de wensen van gemeenten ingaan.

Oefenen is aan gemeenten

Volgens de Aansluitmonitor van de DSO-organisatie zijn pas 158 gemeenten in staat een omgevingsplan te publiceren. Meer dan de helft heeft dus nog niet met het systeem leren werken. Of gemeenten echt de tijd nemen om te oefenen is aan henzelf, benadrukt De Jonge.

De Eerste Kamer is ondertussen verdeeld over inwerkingtreding per 1 januari 2023. Zo vonden eerder 35 senatoren dat het plenaire debat over die deadline niet kon doorgaan, 33 waren van mening dat dit gewoon kon.

Toch zit er nog geen meerderheid voor de minister in, want enkele van de 75 senatoren van coalitiepartijen CDA, ChristenUnie en D66 zitten in het kamp van de critici. De VVD ziet geen belemmeringen voor de invoeringsdatum.

Snakken naar duidelijkheid

Volgens De Jonge snakken gemeenten en andere overheden naar duidelijkheid. Dit zou blijken uit enquêtes die het ministerie houdt. Langer talmen is funest voor de besluitvorming over ontwikkelingsprojecten en de investeringsbeslissingen die hiermee gemoeid zijn, wierp hij de Eerste Kamer opnieuw voor.

De Jonge streefde eerder naar een stemming voor het zomerreces, maar noemt nu oktober als uiterste moment voor de Eerste Kamer. Anders wordt het echt te laat, stelt hij. De senaat krijgt zo snel mogelijk een brief van de minister waarin hij dit zal onderbouwen.

De koepels van gemeenten, provincies en waterschappen drongen er vorige week op aan vast te houden aan 1 januari 2023 en de besluitvorming vóór de vakantie af te ronden. Langer wachten zou de implementatie onder druk zetten.

Tijdens een deskundigenbijeenkomst in de Eerste Kamer eind december bleek overigens dat gemeenten er verschillend in staan. Grotere gemeenten zijn ongeduldig en verlangen een snelle invoering van de wet, want het budget droogt op om nog langer een projectorganisatie in de benen te houden. Kleinere gemeenten blijven kritisch.

Mocht u willen sparren over de implementatie van de Omgevingswet, het DSO, of andere onderdelen? Neem dan contact op via https://adviseuromgevingswet.nl/

Gesprek over Koninklijk Besluit-inwerkingtreding Omgevingswet

Op 7 juni is de commissievergadering geweest rondom de procedure debat over het Koninklijk Besluit-inwerkingtreding Omgevingswet en de daaropvolgende besluitvorming.

Met een krappe meerderheid (35 versus 33 stemmen) is besloten om op 21 juni geen debat over het ontwerp-KB te houden. In plaats daarvan is ervoor gekozen om op die datum een mondeling overleg in te plannen. Tijdens dit overleg vindt er geen besluitvorming plaats over het KB. Op 14 juni praten de commissies verder hoe ze dit mondeling gesprek vorm willen geven in opzet en duur. De besluitvorming rondom KB volgt dan waarschijnlijk later. 

Interview met Klimaatweb over gebruik van GIS bij Energietransitie

“GIS is een onmisbare tool om de klimaatopgave te realiseren”

Voor veel professionals is het gebruik van geografische informatiesystemen (GIS) al gauw een ver-van-mijn-bed-show. Toch spelen zogenoemde GIS-specialisten een cruciale rol in veel alledaagse informatiesystemen. Zij kunnen ook veel betekenen binnen de duurzaamheidsopgave. GIS-specialisten Marco Boogaard en Jelmer Oosthoek vertellen over hun beroep, de weg daarheen en hun belangrijke rol binnen de energietransitie.

door Mitchell van Vuren – 29 april 2022

Interview

Het bouwen en beheren van GIS-databases is de core business van GIS-specialisten, maar zij gebruiken ook GIS-software om de inhoud van deze databases te analyseren en visualiseren. Denk bijvoorbeeld aan het ontwerpen van een stadskaart, waarop te zien is welke wijken aardgasvrij zijn en welke (nog) niet. Belangrijk hierbij is dat abstracte data worden omgezet naar ruimtelijke visualisaties, die de informatie toegankelijker en duidelijker maken voor bijvoorbeeld bestuurders. Zo kunnen zij beter verbanden leggen en beleid vormgeven op basis van betrouwbare bronnen. Dat maakt het werk van GIS-specialisten niet enkel een technisch verhaal, maar zorgt ervoor dat zij ook een belangrijke schakel vormen binnen de informatiestromen van een bedrijf, organisatie of overheid.

Jelmer: “GIS is een onmisbare tool om de klimaatopgave te realiseren.”

Er bestaan meerdere soorten opleidingen en cursussen om GIS-specialist te worden, maar niet alleen die zijn bepalend voor de loopbaan van de GIS-specialist. Ook de branche waarin men terechtkomt, na het opdoen van technische vaardigheden, is bepalend. Jelmer Oosthoek voelde na zijn studie in Duitsland, waarbij hij GIS gebruikte voor Marsonderzoek, de behoefte om meer te doen met duurzaamheid. Nadat hij vrijwilligerswerk had gedaan voor de Duurzame Week Utrecht 2016, begon hij met kleine GIS-opdrachten aannemen binnen zijn eigen netwerk. Nu kan hij zichzelf na vijf jaar doorwerken een volwaardig freelance GIS-specialist noemen.

Intussen heeft Jelmer een divers portfolio opgebouwd met zijn bedrijf GIS Planet, met opdrachtgevers zoals Platform 31, adviseursbureau EnergyGO en de provincie Utrecht. In de praktijk ziet hij hoe zijn werk ruwe data, bijvoorbeeld opgeslagen in Excel-tabellen, inzichtelijk maakt middels presentatie op een kaart. Dit heeft een positief effect op de communicatie tussen partijen, die moeten samenwerken voor de klimaatopgave. Jelmer stelt: “GIS biedt ons een virtueel model van de realiteit. Door het maken van toegankelijke visualisaties van data kunnen we het vernieuwen of vervangen van energiesystemen versnellen.”

Marco: “Je kan de GIS-specialist zien als een informatiedeskundige, die informatie levert dat kan worden omgezet in nieuwe vormen van informatie.”

Waar Jelmer dagelijks in de weer is met programmeren, is Marco Boogaard actief op het bestuurlijke niveau van organisaties. Na zijn studie Fysische Geografie aan de UU, met een afstudeerrichting in GIS, begon Marco aan een lange carrière in de GIS-wereld. Buiten zijn reguliere werk als GIS-specialist bij vele werkgevers was hij ook docent, adviseur en detacheerder. Marco vertelt: “Bij Staatsbosbeheer heb ik leuke projecten gehad. Bijvoorbeeld over het verhuren van grond voor zonneparken. Welke grond is beschikbaar? Welke grond is al verpacht? Is de grond wel bereikbaar genoeg? Met GIS kan je daarin duidelijkheid geven.”

Sinds 2019 werkt Marco bij gemeente Haarlemmermeer, waar hij voornamelijk bezig is met de energietransitie en ruimtelijke ordening. Hij legt uit: “Eerst ben ik zelf veel aan de slag geweest als GIS-specialist. Nu kijk ik hoe mensen zelf ruimtelijke informatie in de juiste vorm beschikbaar kunnen maken.” Zo helpt Marco de fysieke leefomgeving toetsbaar te maken voor beleid via GIS-analyses. Want hoe kan alle beschikbare data worden omgezet naar een visuele vorm, die kan dienen als monitor voor de doorlopende energietransitie?

Het valt Marco op dat veel beleidsmakers niet veel kunnen met data, maar wel met informatie. Op informatie kunnen ze namelijk beleid baseren, terwijl data voor hen vaak abstract blijven. De GIS-specialist kan bestuurders dus via duidelijke communicatie en visualisaties tot kennisspecialisten maken. Marco: “Mijn werk is dus niet simpel dat van een kaartjesmaker. Door GIS goed in te bedden binnen een organisatie wordt de technische GIS-specialist een ruimtelijke informatiespecialist met een adviserende rol.”

De kwaliteiten van de GIS-specialist

Oosthoek begon zijn carrière met genoeg kennis over programmeren, maar hij had nog weinig kennis van de klimaatopgave. Jelmer licht toe: “Je moet extra moeite doen om jezelf te verdiepen in de inhoud, zoals de circulaire economie, de energietransitie, klimaatadaptatie enzovoorts.” Naast technische vaardigheden en tot op zekere hoogte inhoudelijke kennis vindt Marco meerdere kwaliteiten belangrijk. De GIS-specialist moet nauwkeurig werken, helder communiceren én duidelijk adviseren. De vraag is namelijk niet alleen wat er moet gebeuren, maar ook wat de klant ermee wil. De GIS-specialist kan namelijk voor ethische dilemma’s worden gesteld, waarbij de juiste keuzes gemaakt moeten maken in de visualisatie om misleideinde interpretaties te voorkomen. Vooroordelen over een zekere populatie of buurt kunnen door algoritmes gedachteloos worden versterkt; een gevaar waar de GIS-specialist nuances in kan aanbrengen.

Ook de AVG speelt een belangrijke rol binnen het werk van de GIS-specialist, aangezien veel soorten data die de GIS-specialist in handen krijgt niet op straat mogen belanden. De gelofte of eed, die elke ambtenaar aflegt, zorgt er tevens voor dat zij niet data van burgers lukraak mogen delen. Jelmer vertelt over zijn freelance werk: “Soms krijg je te maken met privacygevoelige data. Algoritmes kunnen deze data omzetten naar bruikbare en geanonimiseerde data, zodat ze veilig gedeeld kunnen worden tussen verschillende partijen met andere rechten.” Marco ziet door de AVG een zeker spanningsveld ontstaan. Hij zegt: “De vraag is of data leidend zijn of dat zij enkel een signaleringsfunctie moeten hebben. De burger verwacht dat een slimme overheid ten volste gebruik maakt van de beschikbare data, maar wel zonder foutieve of discriminerende aannames te maken.”

Dat het werk van de GIS-specialist meer is dan enkel het maken van handige kaartjes over de energietransitie is ondertussen wel duidelijk. Marco ziet GIS als een mooie objectieve graadmeter, die de basis kan zijn om beleid concreet te maken. Het omzetten van geografische informatie naar correcte visualisatie kan zo van grote invloed zijn op besluitvorming over belangrijke ruimtelijke vraagstukken. Om tot die besluiten te komen raadt Marco met betrekking tot de beschikbare data GIS als oplossing aan: “Maak het smart. Maak het meetbaar.”

Originele interview staat hier https://klimaatweb.nl/nieuws/gis-is-een-onmisbare-tool-om-de-klimaatopgave-te-realiseren/

Dank Klimaatweb voor het leuke en interessante gesprek.

Nieuwe directeur Ruimte en Leefomgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Per 15 april 2022 komt er een nieuwe directeur Ruimte en Leefomgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Dit wordt Irene Jansen.

Het Rijk wil steeds meer regie op de inrichting van de fysieke leefomgeving. Er liggen grote opgave en transities voor die een grote claim leggen op de schaarse ruimte. De directeurs Ruimte en Leefomgeving geeft sturing aan deze opgave middels de Geo-informatie/basisregistraties en de doorontwikkeling van de Omgevingswet.

Irene Jansen heeft ervaring in Haagse samenwerking en kan goed schakelen tussen inhoud en politiek.

Ze heeft Internationale Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen en International Economics & Business aan de Erasmus Universiteit Rotterdam gestudeerd. Afgelopen 5 jaar heeft ze gewerkt als raadadviseur Financiën, SZW en OCW bij het ministerie van Algemene Zaken en secretaris kabinetsformatie bij de Tweede Kamer.

Ik wens haar veel succes en ben benieuwd wanneer we in het werkveld resultaten zien.

Verwachte invoering Omgevingswet is op 1 januari 2023

Verwachte invoering Omgevingswet is op 1 januari 2023

De datum voor inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld op 1 januari 2023. Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, IPO, UvW en de VNG hebben in gezamenlijkheid voor deze datum gekozen. 

Het ontwerp-Koninklijk Besluit (KB) met de nieuwe inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet is inmiddels door de minister aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. Als het parlement akkoord gaat, wordt het KB aangeboden aan de Koning. Na ondertekening zal de Omgevingswet definitief op 1 januari 2023 ingaan.

Met de keuze voor 1 januari 2023 en het voorhangen van het KB ontstaat de duidelijkheid over het moment van inwerkingtreding die nodig is voor de uitvoeringspraktijk. Zodat op basis van een stabiel en functionerend stelsel, goed kan worden geoefend en de nieuwe manier van werken kan worden ingeregeld.

Verantwoorde invoering

Minister De Jonge, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen spraken vandaag, 24 februari 2022, over de stand van zaken van de Omgevingswet. Alle betrokken partijen staan achter de doelstellingen en samenhangende aanpak van de wet en zetten zich in voor een verantwoorde invoering van de Omgevingswet. Tijdens het Bestuurlijk Overleg op 27 januari jl. kwam naar voren dat er meer tijd nodig is om verder te werken aan de stabiliteit van de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, het DSO. Op basis van een stabiel stelsel kunnen de bevoegd gezagen en ketenpartners de werkprocessen inregelen en hiermee oefenen. Dit gebeurt aan de hand van een aangescherpte planning.

Daarbij vinden alle partijen het van groot belang dat de dienstverlening aan burgers en bedrijven niet in het geding komt en dat gebiedsontwikkeling doorgang kan vinden.

Inwerkingtreding is belangrijk moment

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is een belangrijk moment. Vanaf dan wordt de wet in de praktijk toegepast. Ook na 1 januari 2023 is er nog veel werk aan de winkel en kunnen onvolkomenheden niet worden uitgesloten. Het nieuwe stelsel voor het omgevingsrecht en het DSO worden ook na inwerkingtreding verder ontwikkeld en gemonitord om de doelen van de wet te halen en de beoogde veranderingen door te voeren.

In de afgelopen weken zijn er constructieve gesprekken gevoerd met de softwareleveranciers, de stedenbouwkundige bureaus en de bevoegd gezagen. We hebben nu scherper in beeld hoe we het DSO-LV en de keten robuuster kunnen maken en hoe de planningen er uitzien voor de plansoftware die noodzakelijk zijn om goed te kunnen oefenen met de keten.

Serviceketen

Samen met de bestuurlijke partners heeft de VNG afspraken gemaakt over het versterken van de serviceketen en het inrichten van het calamiteitenmanagement. Hiermee zorgen we voor een verhoogde dijkbewaking zodat we voor, tijdens en na de inwerkingtreding paraat staan om bevoegde gezagen en andere ketenpartners zo goed mogelijk te ondersteunen bij zaken die zich voor kunnen doen.

Financiële compensatie

De VNG is verheugd dat de €150 miljoen die in het regeerakkoord wordt genoemd, inmiddels ook daadwerkelijk is gereserveerd om gemeenten te compenseren voor de kosten van de invoering van de Omgevingswet. Dit bedrag, uit te keren via de meicirculaire, geeft gemeenten meer financiële ruimte om de implementatie en de transitie na inwerkingtreding voortvarend ter hand te nemen. De VNG blijft met de minister in gesprek over de invoeringskosten van de Omgevingswet en de terugverdientijd.

De komende periode

Het werk is met het bepalen van de datum van 1 januari 2023 zeker niet afgerond. De invoering van de Omgevingswet met zoveel partijen en afhankelijkheden, is een complexe opgave. De VNG heeft het vertrouwen dat we samen met de bestuurlijke partners en met respect voor ieders rollen en verantwoordelijkheden, de stappen blijven zetten die nodig zijn om de doelstellingen van de Omgevingswet te realiseren. Wij kunnen hierbij helpen met een Adviseur Omgevingswet. Neem contact op.

Belang van de Omgevingswet

De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving en zorgt voor één digitaal omgevingsloket dat het voor burgers en bedrijven makkelijker maakt vergunningen aan te vragen. Daarnaast biedt de Omgevingswet sneller inzicht in welke regelgeving wanneer van toepassing is.

bron: https://vng.nl/nieuws/op-1-januari-2023-treedt-de-omgevingswet-in-werking

Omgevingswet: Geen 1 juli 2022, maar nieuwe datum

Met het aantreden van het nieuwe kabinet is Minister Hugo de Jong nu de verantwoordelijk minister voor de Omgevingswet.

Afgelopen weken werd de vraag of de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking zou treden steeds belangrijker. Er was beloofd dat gemeente 6 maanden konden oefenen, IBAT testen leken niet succesvol, en ook verschillende insprekers bij de Eerste Kamer waren niet heel erg voor inwerkingtreding van de wet op 1 juli. En daar was toen ook het nieuws dat de inwerkingtreding dan ook is uitgesteld.

Hier het bericht van de rijksoverheid https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/02/01/minister-de-jonge-wil-verantwoorde-invoering-omgevingswet

De vraag is wanneer de wet dan in werking zal treden? Hier wordt de komende maanden naar gekeken. Vooral bij het DSO lijkt er een uitdaging te liggen. Het intrekken en publiceren van een Omgevingsplan lijkt nu niet goed te werken. En dit is natuurlijk erg belangrijk. Bij inwerkingtreding zal dit namelijk bij vele bevoegd gezagen bijna wekelijkse praktijk zijn omdat er dan maar een Omgevingsplan per bevoegd gezag is en de bevoegd gezagen dit plan de komende jaren steeds verder zullen gaan uitbreiden.

We zijn benieuwd wanneer de knoop wordt doorgehakt over de nieuwe inwerkingtreding datum. Tot die tijd blijven wij ons inzetten voor een vliegende start.

Wilt u ook overleggen over de Omgevingswet? Meer info via https://adviseuromgevingswet.nl/ of neem contact op.

NOVI en GIS-specialist werken samen

Samenwerking met HBO Opleiding Geo Business Intelligence van NOVI

Gis-specialist gaat samenwerking aan met HBO Opleiding Geo Business Intelligence van NOVI

De NOVI, de hogeschool opleider voor ICT, heeft een speciale Geo Business Intelligence opleiding.

Steeds meer bedrijven en overheidsorganisaties werken datagedreven én combineren daarbij geografische componenten. Met deze studierichting breng je de wereld om je heen letterlijk in kaart – en omdat je de opleiding in deeltijd volgt, kun je de opleiding koppelen aan je werk. Je past de theorie gelijk toe en kunt werkprojecten gebruiken als casestudy. Ideaal als je snel wilt doorgroeien.

De opleiding behandelt de verschillende aspecten die allemaal komen kijken bij Geo Business en GIS. Na je opleiding kun je zelfstandig geografische data-onderzoeken uitvoeren en de resultaten visueel inzichtelijk maken voor je opdrachtgevers. Jouw kennis en vaardigheden komen van pas in allerlei sectoren, zoals de bouw, gezondheidszorg, logistiek en (semi-) overheden.

En in 2022 is NOVI voor deze opleiding een samenwerking aangegaan met GIS-specialist.nl. Een gedeelte van de opleiding is ontwikkeld in samenwerking met ons. Tevens worden er een aantal lessen verzorgd door Marco Boogaard.

Heeft u ook interesse in de opleiding Geo Business Intelligence bij NOVI kijk dan hier.

Over NOVI

NOVI is de oudste ICT-opleider van Nederland. Al hadden we bij onze oprichting in 1958 nog wel een andere naam: informaticus en schaakkampioen Max Euwe zette ons in de markt als AMBI, een afkorting is voor Automatisering en Mechanisering van de Bestuurlijke Informatievoorziening. In 1997 werd AMBI het NOVI van nu.

Ondanks onze leeftijd zitten we bepaald niet achter de geraniums. Integendeel: doordat we midden in de derde industriële revolutie stonden, hebben we bijgedragen aan de automatisering in Nederland en zijn we nu kennisexpert in de ICT. Ons jonge team zet zich elke dag in om jouw leerervaring en de inhoud van onze programma’s steeds een beetje beter te maken. Want leren vernieuwen, dat is onze missie.

NOVI en GIS-specialist werken samen
Samenwerking met NOVI

Uitfaseren ArcGIS apps voor iOS en Android

Per 31 december 2021 worden de veldwerkapps ArcGIS Collector, ArcGIS Explorer en ArcGIS Tracker uitgefaseerd voor iOS- en Android. ArcGIS Field Maps vervangt de functionaliteit van deze apps. Door de functionaliteit van meerdere apps te bundelen in één app, is switchen niet meer nodig en wordt het gebruik eenvoudiger.

ArcGIS Field Maps vervangt naar verwachting in de loop van 2022 ook de functionaliteit van ArcGIS Workforce. Daarna zal ook de functionaliteit van ArcGIS Navigator worden geïntegreerd in ArcGIS Field Maps.

Migreren naar ArcGIS Field Maps

Collector, Explorer en Tracker blijven nog enige tijd werkzaam, maar worden niet meer ondersteund. Nieuwe ontwikkelingen die uw werkzaamheden verbeteren vinden alleen nog plaats in ArcGIS Field Maps. Voor de meest stabiele ervaring moedig ik daarom de migratie van de losse apps naar ArcGIS Field Maps aan. Download ArcGIS Field Maps voor iOS of Android.  

Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven openen het Centre for Disaster Resilience bij ITC

Op 28 oktober 2021 openende Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven het Centre for Disaster Resilience. Dit gebeurde bij de faculteit Geo-Informatie Wetenschappen en Aardobservatie (ITC) aan de Universiteit van Twente. Oorspronkelijk was het ITC (International Training Centre) bedoeld om mensen vanuit ontwikkelingslanden cursussen cartografie, GIS en luchtfotografie aan te bieden, maar is nu al aantal jaren onderdeel van Universiteit Twente. En heeft ondertussen al vele GIS-specialisten opgeleid.

Nieuwsbericht komt van RTVOost https://www.rtvoost.nl/nieuws/2022833/Koninklijk-bezoek-in-Enschede-Prinses-Margriet-en-Pieter-van-Vollenhoven-openen-nieuw-onderzoekscentrum-UT Onder de streep de originele tekst.


Koninklijk bezoek vandaag op de Universiteit Twente. Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven openden het Centre for Disaster Resilience bij de faculteit Geo-Informatie Wetenschappen en Aardobservatie (ITC). Een hele mond vol. Het doel? De maatschappij beter voorbereiden op natuurrampen.

“Dit staat al een jaar of twee in de steigers”, vertelt Mark van der Meijde, een van de oprichters van het centrum. “We hebben hier een grote groep vooraanstaande mensen op het gebied van rampen in Nederland. Wetenschappers komen uit de velden aardwetenschappen, stadsplanning, voedselzekerheid, regenval, meteorologie, etc. We hebben een brede expertise.”

Koninklijke opening

The Centre for Disaster Resilience, grofweg vertaald ‘centrum voor rampenbestendigheid’, trok koninklijk bezoek. Met een druk op de rode knop openden Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven het onderzoekscentrum.

Er was zelfs een onverwachte primeur. Volgens Van Vollenhoven was het de eerste keer dat zowel hij als zijn vrouw een speech hielden op hetzelfde symposium. Prinses Margriet is al jarenlang verbonden aan het Rode Kruis en Van Vollenhoven is voormalig voorzitter van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Ze benadrukten beiden dat ‘voorkomen beter is dan genezen’.Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven voor het universiteitsgebouw (Foto: RTV Oost)

Rampenbestendigheid

Een hele happening dus, in Enschede. Maar wat gaat er precies in dat onderzoekscentrum gebeuren? “Het centrum verbindt de expertise van al die onderzoekers, afdelingen en disciplines”, legt Van der Meijde uit. Hij geeft een voorbeeld: “Op het moment dat er een storm woedt en er dakpannen en takken naar beneden vallen, bellen mensen vaak in paniek 112”.

Dat lijkt geen gekke gedachte, maar volgens Van der Meijde is dat niet de bedoeling. “De overheid moet dan communiceren om 0800 – 68 68 377 te bellen en niet 112 als er geen gewonden zijn. Dat is een praktisch voorbeeld van ‘resilience’. De maatschappij is niet goed voorbereid en maakt in paniek niet de juiste keuzes. Wij willen mensen beter voorbereiden en ervoor zorgen dat ze op het juiste moment weten welke kanalen ze moeten bewandelen om extra hulp te krijgen.”

‘Bijzondere dag’

Ook Maarten van Aalst, hoogleraar Klimaat en Rampen, benadrukt het belang van deze lancering. “Het was een bijzondere dag voor ons en de Universiteit Twente”, zegt hij. “Dit centrum en onze wetenschap gaan echt helpen om rampen in de wereld te voorkomen.”

“In de jaren zeventig zag je dat er honderdduizenden mensen omkwamen bij grote stormen. Daarom zijn waarschuwingssystemen gebouwd. Vorig jaar was er een super storm, die de recordboeken inging. Toen waren er 124 doden. Nog steeds heel erg te betreuren, maar het is drie ordes van grootte kleiner dan decennia geleden. Dat zijn de soort oplossingen die we met dit centrum willen bouwen.”

Extra middelen in Miljoenennota (2021) voor invoering Omgevingswet

Vorige week was de Miljoenennota en in de Miljoenennota zijn extra geld opgenomen voor de Omgevingswet. Er komt een bedrag van in totaal € 23 miljoen beschikbaar vanwege ‘meerkosten uitstel Omgevingswet’ voor de koepels van gemeenten, provincies en waterschappen en voor de rijkspartijen die de Omgevingswet moeten invoeren.

Waardering koepels

VNG, IPO en Unie van Waterschappen zijn blij met deze middelen. Ook zijn zij tevreden dat er extra middelen aan de begroting van het ministerie van BZK zijn toegevoegd voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). In de bestuurlijke overleggen in april en mei jl. hebben de koepels er bij de minister van BZK op aangedrongen zich hard te maken om dit geld beschikbaar te krijgen. Het DSO is helaas nog niet helemaal op orde.

Verkenning besteding

VNG, IPO, Unie van Waterschappen en Rijkspartijen verkennen op dit moment hoe het bedrag van 23 miljoen euro kan worden ingezet als stimulans voor een goede en tijdige invoering van de wet. Zij denken aan maatregelen die de implementatie van de wet op 1 juli 2022 extra ondersteunen, zodat het geld ten goede komt aan alle organisaties die de Omgevingswet moeten invoeren. Hierover komt in oktober meer duidelijkheid.

Extra ondersteuning oefenen

Om volgend jaar juli goed te kunnen starten met de Omgevingswet is oefenen met het nieuwe stelsel van het grootste belang. Door te oefenen kunnen gemeenten, provincies, waterschappen en rijkspartijen de kwaliteit van het DSO en de lokale content beproeven en de benodigde verbeteringen blootleggen. Met de extra middelen in de Miljoenennota kan het oefenen een impuls krijgen.

Eerdere claim

Dit voorjaar heeft de VNG een claim ter hoogte van 150 miljoen euro bij de minister van BZK neergelegd. Dit bedrag is bedoeld om de invoeringskosten van gemeenten incidenteel te compenseren in 2022. Deze claim is nog niet gehonoreerd en blijft daarom wat de VNG betreft onverminderd staan.